Verzetsbeweging NKB
De Nationale Koninklijke Beweging (NKB) werd oorspronkelijk opgericht door de Leuvense hoogleraar Eugène Mertens de Wilmars en Rexistische jongeren in de streek van Aarschot. De NKB breekt onmiddellijk met Rex en ontwikkelde zich vooral in de provincie Antwerpen. Van de 8 500 leden die na de oorlog erkend werden, kwamen maar liefst 38% uit de provincie Antwerpen. Ook in Turnhout was stond de NKB sterk. Tot het voorjaar van 1941 was de beweging was de hoofdprioriteit van de beweging om vanuit een sterke paramilitaire organisatie een nieuw Belgisch Regime rond koning Leopold III mogelijk te maken. Maar al vlug veranderde de prioriteit van de NKB en werd de strijd tegen de bezetter het hoofddoel. Vanaf juli 1941 ging de beweging ondergronds met een uitgesproken anti-Duitse agenda.
De NKB verspreidde illegale kranten, verzamelde militaire informatie en hielp Joodse onderduikers, geallieerde piloten en arbeiders die aan de verplichte tewerkstelling wilden ontsnappen. De beweging pleegde kleine sabotagedaden. Centraal stond de hulp aan werkweigeraars en daarbij onderhield de beweging nauwe contacten met de christelijke arbeidsorganisaties.
Ondergedoken werkweigeraars in de 600. Linksonder: Remi Lavrijsen
Samen met het Geheim Leger en de Witte Brigade werd een actieplan voor de bevrijding uitgewerkt en speelde de organisatie bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de inname van de haven van Antwerpen in september 1944. Daardoor konden de Duitsers de haven niet vernietigen en kregen de geallieerden toegang tot een intacte diepzeehaven, mede dankzij de havenkennis van commandant Eugène Colson.
Zowat 160 leden werden tijdens de bezetting gearresteerd en stierven in concentratiekampen of werden geëxecuteerd.
Omwille van de koningskwestie had de verzetsbeweging moeilijkheden om na de oorlog erkend te worden.

