De gevangenis van de Begijnenstraat 42 in Antwerpen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden de Belgische gevangenissen een strak georganiseerd Duits repressieapparaat, waarin gevangenen uit de Kempen een specifiek, trapsgewijs deportatietraject doorliepen. Na een razzia of arrestatie wegens verzetsactiviteiten volgde eerst de opvang en het verhoor in lokale rijkswacht- of politiecellen in Turnhout, Geel of Herentals. Bij zware verdenking bracht de bezetter hen over naar de lokale Dienststelle in Turnhout of het Sipo-SD hoofdkwartier in de Begijnenstraat te Antwerpen.

Zodra de arrestatie officieel was, verhuisden de gevangenen naar regionale verzamelpunten. De gevangenis van Antwerpen fungeerde hierbij als het hoofddoel voor de meeste Kempense arrestanten, waar de Duitse vleugel ruim 11 500 namen registreerde. De gevangenis van Sint-Gillis in Brussel diende ondertussen als de nationale draaischijf en het centrale verzamelpunt voor heel België. Prominente verzetsleiders werden direct hierheen gebracht, waarna tweemaal per maand een Sammeltransport naar Duitsland vertrok.

Kamp Ravensbrück

Ravensbrück (1939 - 1945) was het grootste naziconcentratiekamp voor vrouwen, gelegen ten noorden van Berlijn op ongeveer 800 km van Arendonk. Er zaten ruim 130 000 vrouwen en kinderen en 20 000 mannen vast uit meer dan 30 landen, waaronder honderden Nederlandse en Belgische verzetsvrouwen, politieke tegenstanders en Joden. Zeker 30 000 tot 50 000 gevangenen kwamen om het leven.

Centraal stond de genadeloze uitbuiting via dwangarbeid, onder andere in een naastgelegen Siemens-fabriek waar vrouwen onderdelen maakten voor raketsystemen zoals de V2. Daarnaast voerden nazi-artsen wrede, verminkende medische experimenten uit op gezonde vrouwen. In april 1945 wist het Rode Kruis met de 'Witte Bussen' duizenden doodzieke vrouwen te evacueren, waarna het Sovjetleger het kamp op 30 april definitief bevrijdde.