Margareta Walravens
Vrijheid 32
Op 4 augustus 1892 wordt Margareta Walravens geboren in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. Zij was de zuster van de Arendonkse onderpastoor Ghislain Walravens. Ze trok bij hem in en woonde op Begijnhof 9 in Arendonk.
In 1914 trouwde Margareta Walravens met Aloïs Lodewijk Lenaerts. Het gezin kreeg 3 kinderen, José, Jean en Simonne, en woonde op Vrijheid 32.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Margareta Walravens actief als spionne voor het netwerk 'Bishop'. In opdracht van de Britse inlichtingendienst hield zij zich bezig met spoorwegspionage om Duitse troepen- en munitietransporten in kaart te brengen. Na ontmaskering door de Duitse bezetter werd zij gearresteerd en door een militair tribunaal ter dood veroordeeld. Zij overleefde de executie.
Op 21 juli 1944 viel de Sicherheispolizei het ouderlijk huis binnen en arresteerde vader Aloïs, moeder Margareta, Simonne en Jean op verdenking lid te zijn van de verzetsgroep het Kempisch Legioen. Allen worden overgebracht naar de gevangenis aan de Begijnenstraat in Antwerpen.
Het officiële document dat zij werd opgesloten in de gevangenis aan de Begijnenstraat in Antwerpen.
Op 21 juli 1944 om 6.00 uur ’s ochtends werd Margareta door de Sipo (Sicherheitspolizei/Gestapo) binnengebracht in de gevangenis van Antwerpen, waarna haar gevangenenkaart 2 dagen later, op 23 juli, administratief werd afgestempeld. Bij haar opsluiting moest zij direct al haar persoonlijke bezittingen afgeven, waaronder een handtas, 2 portemonnees, een bedrag van 1 730 Belgische frank, een zakhorloge en vermoedelijk ook een polshorloge.
Margareta verbleef ruim een maand in de cel, tot de Sipo haar op 30 augustus 1944 om 21.00 uur ’s avonds weer ophaalde. Vlak voor haar gedwongen vertrek zette zij onder de datum van 30 augustus 1944 haar eigenhandige handtekening.
Het originele Duitse formulier voor de registratie en inname van persoonlijke eigendommen van Margareta tijdens haar gevangenschap in gevangenis van Antwerpen.
Op 1 september 1944 wordt Margareta samen met haar dochter Simonne op transport gezet naar het concentratiekamp Ravensbrück. 3 dagen later kwam de trein aan in de deelstaat Brandenburg waar het beruchte vrouwenkamp Ravensbrück was gelegen.
Slechts 3 weken na haar aankomst, op 25 september 1944, werd ze samen met haar dochter geselecteerd voor een transport naar Genshagen, een belangrijk buitenkamp ten zuiden van Berlijn. Hier werden Margareta en haar dochter ingezet als dwangarbeidsters in de grote vliegtuigmotorenfabriek van Daimler-Benz.
Van 1943 tot 1944 werd dwangarbeid verricht door ongeveer 1 100 vrouwelijke gevangenen uit het concentratiekamp Ravensbrück.
Officiële Duitse transportlijst van het Konzentrationslager Ravensbrück, gedateerd op 6 april 1945. Het document heeft als onderwerp (Betr.:) "Häftlingsüberstellung nach Mittwerda" (overplaatsing van gevangenen naar Mittwerda).
Eind maart 1945 werd dochter Simonne tijdens een appel uit de rij gehaald. Hoewel ze slechts een klein wondje aan haar been had en nauwelijks als ziek kon gelden, plaatsten de bewakers haar bij de gevangenen die naar de gaskamers moesten.
Moeder Margareta was niet geselecteerd. Toen zij haar dochter in de dodencolonne zag, besloot ze haar echter niet alleen te laten. Ze stapte vrijwillig uit haar eigen rij en voegde zich bij Simonne. Voor het vertrek keek ze medegevangene Irma Verhelst aan en zei: “Ik vertrek naar de dood.”
Rond 31 maart 1945 werden moeder en dochter samen vergast.
In 1952 kent de Aanvaardingscommissie in Antwerpen Margareta Walravens postuum de titel Politiek Gevangene toe.
In 2026 werd Margareta Walravens geëerd met een struikelsteen die gelegen is voor de woning op het adres waar zij laatst verbleef: Vrijheid 32, Arendonk.




