Kampen
De gevangenis van de Begijnenstraat 42 in Antwerpen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden de Belgische gevangenissen een strak georganiseerd Duits repressieapparaat, waarin gevangenen uit de Kempen een specifiek, trapsgewijs deportatietraject doorliepen. Na een razzia of arrestatie wegens verzetsactiviteiten volgde eerst de opvang en het verhoor in lokale rijkswacht- of politiecellen in Turnhout, Geel of Herentals. Bij zware verdenking bracht de bezetter hen over naar de lokale Dienststelle in Turnhout of het Sipo-SD hoofdkwartier in de Begijnenstraat te Antwerpen.
Zodra de arrestatie officieel was, verhuisden de gevangenen naar regionale verzamelpunten. De gevangenis van Antwerpen fungeerde hierbij als het hoofddoel voor de meeste Kempense arrestanten, waar de Duitse vleugel ruim 11 500 namen registreerde. De gevangenis van Sint-Gillis in Brussel diende ondertussen als de nationale draaischijf en het centrale verzamelpunt voor heel België. Prominente verzetsleiders werden direct hierheen gebracht, waarna tweemaal per maand een Sammeltransport naar Duitsland vertrok.
Buchenwald
Buchenwald (1937-1945) was één van de grootste nazi-concentratiekampen, gelegen nabij het Duitse Weimar op 520 km van Arendonk. Van de ruim 250 000 Europese gevangenen kwamen er zeker 56 000 om het leven. De bevolking bestond aanvankelijk uit politieke tegenstanders, maar later ook uit Joden, Roma, Sinti, homoseksuelen en duizenden Belgen en Nederlanders. Gevangenen stierven door uitputting tijdens zware dwangarbeid in steengroeven en de wapenindustrie, of door dodelijke medische experimenten met infectieziekten. Op 11 april 1945 bevrijdde een gewapende verzetsorganisatie van gevangenen zelf het kamp, vlak voor de aankomst van het Amerikaanse leger.
Historische foto van een wachtoren en het omringende staaldraadheg van het voormalige nazi-concentratiekamp Buchenwald.
Mittelbau-Dora
Mittelbau-Dora was een berucht nazi-concentratiekamp nabij Nordhausen dat in augustus 1943 werd opgericht. Het begon als een buitenkamp van Buchenwald, maar werd in de zomer van 1944 een zelfstandig hoofdcomplex met een netwerk van zo'n 40 subkampen. Gevangenen moesten onder onmenselijke ondergrondse omstandigheden dwangarbeid verrichten in de gigantische tunnels van de Kohnstein. Hier produceerden zij de V1-vliegende bommen en V2-raketten voor de Duitse oorlogsindustrie. Van de ongeveer 60 000 gevangenen kwamen er zeker 20 000 om het leven door uitputting, ziekte en executies. In april 1945 bevrijdden Amerikaanse troepen de overgebleven gevangenen.
De ondergrondse assemblagelijn van de V1-vliegende bommen.
Kamp Sangerhausen
Kamp Sangerhausen was tijdens de Tweede Wereldoorlog een satellietkamp onder leiding van de 6e SS-spoorwegbouwbrigade.De gevangenen werden massaal ingezet voor slopende fysieke arbeid. Ze werkten aan het herstellen en aanleggen van spoorwegen en het trekken van telefoonlijnen. Dit type brigades werd door nazi-Duitsland veelvuldig gebruikt voor opruim- en herstelwerkzaamheden na geallieerde bombardementen. Veel gevangenen zijn er omgekomen door de extreem zware omstandigheden. Het kamp viel achtereenvolgens onder Mittelbau-Dora en Sachsenhausen.
Kamp Nordhausen
Kamp Nordhausen diende vanaf januari 1945 als het centrale sterfkamp van het Mittelbau-Dora-complex. In deze voormalige militaire kazerne bracht de SS zieke en uitgeputte gevangenen onder om hen zonder zorg te laten sterven.
In slechts 3 maanden tijd verbleven er 6 000 gevangenen, van wie er bijna 3 000 omkwamen.
Tijdens zware Britse bombardementen op 3 en 4 april 1945 stierven ruim 1 300 gevangenen omdat zij niet mochten schuilen. Toen het Amerikaanse leger het kamp op 11 april 1945 bevrijdde, troffen zij duizenden lijken en slechts enkele overlevenden aan. De foto's en filmbeelden van deze gruwelen gingen de wereld over en werden het internationale symbool voor de wreedheid van de naziterreur.
Eén van de meest bekende en schokkende foto's van de bevrijding. De Boelcke-Kaserne werd verwoest, wat leidde tot de dood van ruim 1 300 gevangenen na de bombardementen door de Royal Air Force in april 1945.




