Frans De Clerck
Vrijheid 19
Cornelius Franciscus De Clerck, door vrienden en familie kortweg Frans genoemd, wordt op 12 maart 1896 geboren in het Kempense Arendonk. Hij trouwt met Martha Wouters en ze krijgen 3 kinderen. Het gezin gaat wonen op Vrijheid 19.
Als zoon van sigarenfabrikant Max De Clerck treedt hij later in diens voetsporen en combineert het ondernemerschap met het uitbaten van een bloeiende feestzaal aan Vrijheid 19 in Arendonk.
Wanneer in 1940 de Duitse bezetter het land binnenvalt, besluit Frans dat hij niet lijdzaam kan toezien. In december 1941 sluit hij zich aan bij het georganiseerde verzet. Onder lidnummer 1277 wordt hij door August Aerts ingelijfd bij de Nationale Koninklijke Beweging (NKB), afdeling Mol.
Zijn eerste grote openlijke daad van verzet volgt in 1943. De nazi-collaboratiepartij VNV eist zijn feestzaal op om een teruggekeerde SS-oostfrontsoldaat te huldigen. Frans weigert resoluut. De Feldgendarmerie neemt hem mee naar het gemeentehuis voor een intensief verhoor. Na het verhoor gaat Frans verder in het verzet door het verspreiden van gecensureerde radioberichten en verdelen van sluikpers.
Het actieve verzet in Arendonk brengt immense risico's met zich mee. In de fatale nacht van 22 op 23 mei 1944 slaat het noodlot toe. De Duitse Sicherheitspolizei (Sipo) en Feldgendarmerie vallen zijn woning aan Vrijheid binnen en lichten hem ruw van zijn bed.
Die nacht worden nog 4 Arendonkenaren opgepakt, onder wie zijn eigen zoon, Maximiliaan De Clerck. Vader en zoon worden eerst opgesloten in de gevangenis aan de Begijnenstraat in Antwerpen.
Officiële transportlijst uit het concentratiekamp Weimar-Buchenwald, gedateerd op 22 juni 1944. Het bevat een namenlijst van 100 Belgische gevangenen (Schutzhäftlinge) die nieuw waren binnengebracht en werden ondergebracht in Block 51. Onder andere Frans Corneel De Clerck staat hierin op nr. 28 alsook zijn zoon Maximiliaan De Clerck op nr. 46 en tal van andere dorpsgenoten.
Frans Corneel wordt geregistreerd als politiek gevangene onder nummer 60028. Alle persoonlijke bezittingen worden afgenomen waaronder zijn zakhorloge en trouwring.
De kaart vermeldt dat hij op 19 juni 1944 via de Sicherheitdienst (S.D.) in Brussel overgebracht werd naar concentratiekamp Buchenwald onder gevangenenummer 60028. Op de kaart staat ook het signalement van Frans.
Eind juni 1944 volgt transport naar het beruchte kampsysteem Mittelbau-Dora. In de ondergrondse tunnels moet Frans loodzware dwangarbeid verrichten aan de Duitse V-wapens. Wanneer Mittelbau-Dora in het najaar een zelfstandig hoofdkamp wordt, wordt hij overgedragen aan het subkamp Harzungen.
De mensonterende omstandigheden, de honger en de kou eisen hun tol en in november 1944 stort hij fysiek volledig in en wordt opgenomen in de ziekenboeg.
Eind januari 1945 verklaart de kamparts Frans 'bedingt tauglich' (beperkt geschikt voor arbeid). Omdat hij het zware tunnelwerk niet meer aankan, wordt hij overgebracht naar subkamp Sangerhausen waar hij met Frans Segers en zijn zoon wordt ondergebracht in Block 4. Daar schrijft hij een postkaart naar zijn vrouw in Arendonk.
"Liefste vrouw en kinderen.
Ik verkeer hier in de beste gezondheid en hoop van jullie natuurlijk hetzelfde, en een spoedig weerzien in het vaderland. Stuur mij zo snel mogelijk een pakket met veel levensmiddelen zoals: suiker, vet, vlees, honing of marmelade, wafels en zo verder, allemaal spullen die niet kunnen bederven. Leg daar ook bij een warme trui, 2 paar kousen en een paar sterke werkschoenen maat 43. Ik hoop van jullie veel pakketten te ontvangen, stop er ook tabak in bladeren bij in, alles opsturen via de zorgen van het Rode Kruis. Ook een apart pakket met veel uitgezeefde tabak en een pijp.
Veel kussen van je vader."
De nazi-administratie wil hem op 6 maart evacueren naar Bergen-Belsen, maar door zijn erbarmelijke medische toestand strandt hij in de ziekenbarakken van de Boelcke-Kaserne te Nordhausen (onderdeel van Mittelbau-Dora).
Begin april vermoeden de Britten dat de kazerne een munitiedepot van de Wehrmacht is. Ze weten niet dat er duizenden politieke gevangenen liggen. Tijdens de week van de zware bombardementen vluchten de Duitse bewakers de schuilkelders in, terwijl de gevangenen opgesloten zitten in de houten barakken.
Volgens de latere akte sterft Frans op 1 april 1945 ter plaatse door bomscherven. Zijn Nederlandse medegevangene M. Marcus zit op dat moment pal naast hem en is ooggetuige van zijn overlijden. Ruim 1 300 gevangenen komen om in het puin.
Op 3 augustus 1949, na de officiële naoorlogse getuigenis van ooggetuige Marcus, kan de burgerlijke stand van Arendonk de overlijdensakte van Frans Corneel De Clerck opstellen.
In 1951 erkent de Controlecommissie van Antwerpen hem postuum als Gewapend Weerstander en Politiek Gevangene van de Belgische Staat.
In 2026 werd Frans Corneel De Clerck geëerd met een struikelsteen die gelegen is voor de woning op het adres waar hij laatst verbleef: Vrijheid 19, Arendonk.









