Simonne Lenaerts
Vrijheid 32
Simonne Lenaerts werd geboren op 27 november 1921 als dochter van Aloïs Lenaerts en Margareta Walravens. Zij woonde met haar broers en ouders op Vrijheid 32 in Arendonk.
Tijdens de bezetting van Arendonk was Simonne als studente anti-Duits gezind. Een verzetsactie was het luiden van de klokken in Onze-Lieve-Vrouwekerk in de dagen voordat deze door de Duitsers uit de kerktoren gehaald werden.
Op 21 juli 1944 viel de Sicherheidspolizei het ouderlijk huis binnen en arresteerde vader Aloïs, moeder Margareta en kinderen Simonne en Jean op verdenking lid te zijn van de verzetsgroep het Kempisch Legioen. Allen werden overgebracht naar de gevangenis aan de Begijnenstraat in Antwerpen.
Op 1 september 1944 wordt Simonne samen met haar moeder Margareta op transport gezet naar het concentratiekamp Ravensbrück. 3 dagen later kwam de trein aan in de deelstaat Brandenburg waar het beruchte vrouwenkamp Ravensbrück was gelegen.
Slechts 3 weken na haar aankomst, op 25 september 1944, werd ze samen met haar moeder geselecteerd voor een transport naar Genshagen, een belangrijk buitenkamp ten zuiden van Berlijn. Hier werden Simonne en haar moeder ingezet als dwangarbeidsters in het grote vliegtuigmotorenfabriek van Daimler-Benz.
Van 1943 tot 1944 werd er dwangarbeid verricht door ongeveer 1 100 vrouwelijke gevangenen uit het concentratiekamp Ravensbrück.
Tegen het einde van februari 1945 was Simonne doodziek.
Originele 'Tausend Namen der Frauen von Genshagen' (Duizend namen van de vrouwen van Genshagen). Het betreft een officiële registratie- en transportlijst van vrouwelijke gevangenen uit Ravensbrück die werden overgeplaatst naar het buitenkamp Genshagen. Simonne staat geregistreerd onder haar officieel gevangen nummer 78319. Zij staat bovenaan in de linkerkolom van deze lijst op nummer 217.
Eind maart 1945 werd Simonne tijdens een appel uit de rij gehaald. Hoewel ze slechts een klein wondje aan haar been had en nauwelijks als ziek kon gelden, plaatsten de bewakers haar bij de gevangenen die naar de gaskamers moesten.
Haar moeder Margareta was niet geselecteerd. Toen zij haar dochter in de dodencolonne zag, besloot ze haar echter niet alleen te laten. Ze stapte vrijwillig uit haar eigen rij en voegde zich bij Simonne. Voor het vertrek keek ze medegevangene Irma Verhelst aan en zei: “Ik vertrek naar de dood.”
Rond 31 maart 1945 werden moeder en dochter samen vergast.
De ultieme morele erkenning volgde in 1950, wanneer de Aanvaardingscommissie in Antwerpen Simonne postuum de hoogste nationale status van Politiek Gevangene toekende.
In 2026 werd Simonne Lenaerts geëerd met een struikelsteen die gelegen is voor de woning op het adres waar zij laatst verbleef: Vrijheid 32, Arendonk.







